ECG - Electrocardiogram

Een ECG of electrocardiogram (ook wel EKG - elektrokardiogram of "hartfilmpje" genoemd) is de registratie van de elektrische activiteit van het hart. Een arts kan aan de hand van dit beeld een diagnose stellen van onder andere hartritmestoornissen of doorbloedingsstoornissen van de hartspier, zoals een hartinfarct.

electrocardiogram

Een ECG registreert de electrische activiteit van de hartspier (het myocard). De hartspiercellen trekken niet allemaal gelijktijdig samen, maar doen dit op een gecoördineerde manier, zodanig dat het bleod uit het hart op de meest efficiënte manier in de bloedvaten wordt gepompt. Eerst trekken de spieren van de atria (voorkamers of boezems) samen (contractie, depolarisatie), die het bloed in de ventrikels (hartkamers) pompen. Daarna trekken de ventrikels samen die het bloed in de longslagader en de aorta pompen.

Bij de contractie van een spiervezel is er een uitwisseling van ionen in de cel met ionen in het vocht rond de cellen: depolarisatie. Na de contractie is er een repolarisatie van de spiervezels, waarbij ionen in de omgekeerde richting stromen en de spiervezel terug in staat stellen om opnieuw samen te trekken.

De opeenvolgende samentrekkingen en repolarisaties van alle spiervezels geven het typische beeld aan het electrocardiogram:

ECG golf
  • P-golf: contractie van de atria
  • PR-segment: korte periode zonder electrische activiteit tussen het einde van de atriale contractie en de start van de ventriculaire contractie
  • Q-golf: contractie van het interventriculaire septum
  • R-golf: contractie van de ventrikels
  • S-golf: contractie van de basis van de ventrikels (die tegen de atria liggen)
  • ST-segment: korte periode zonder electrische activiteit tussen ventriculaire contractie en ventriculaire repolarisatie
  • T-golf: repolarisatie van de ventrikels
  • U-golf: niet altijd zichtbaar en de oorzaak is nog altijd niet helemaal duidelijk, maar vermoedelijk treedt deze golf op bij de repolarisatie van de papilairspieren

De P-golf en het PR-segment samen noemt men het PR-interval.

De Q, R en S golf samen wordt vaak het QRS-complex genoemd.

Het ST-segment en de T-golf samen noemt men ook wel het ST-interval.

Een ECG wordt afgenomen door een arts als er een verdenking is van een hartprobleem, bij bepaalde medische aandoeningen, om de reactie van het hart op intense activiteit te bepalen of pre-operatief.

Indien er symptomen zijn die kunnen wijzen op een cardiaal probleem, zoals kortademigheid, hartkloppingen. flauwvallen of epileptische aanvallen, zal het ECG vaak tot een van de eerste technische onderzoeken behoren.

Vaak wordt het onderzoek ook voor een operatieve ingreep uitgevoerd.

Een ECG wordt afgenomen met een electrocardiografie toestel, ook wel electrocardiograaf of electrocardiogram genoemd (hoewel dit laatste strikt genomen eigenlijk het resultaat van de opname is).

Gezien een ECG electrische signalen meet zal het toestel ook de signalen oppikken van de andere lichaamsspieren. Daarom wordt tijdens de test aan de patiënt gevraagd om zo stil mogelijk te blijven liggen.

Een 12-kanaals ECG is de standaard en hiervoor worden 10 ECG-electrodes op het lichaam aangebracht. Er bestaan verschillende soorten ECG-electrodes. De meest frequent gebruikte electrodes zijn de peertjes (op de borstkas) en klemmen (rond de ledematen) en de plakelectrodes. Steeds vaker worden ook electrische systemen gebruikt die de electrode vacuum trekken op de huid, wat een snellere plaatsing en beter resultaat geeft.

De meeste systemen vereisen dat de huid wordt bedekt met een geleidende spray of gel. Overvloedige beharing zal moeten geschoren worden om een goede geleiding te verzekeren.

Na het aanbrengen van de electroden duurt de opname zelf meestal niet langer dan een halve minuut.

Er bestaan verschillende soorten ECG-electrodes, elk met hun voor- en nadelen. Veelgebruikte systemen zijn:

Type Voordelen Nadelen
Kabel met bananenstekkers, peertjes en klemmen
ecg-kabel peertjes-klemmen
Zeer goedkoop in gebruik, electrodes zijn herbruikbaar
  • gel of spray aanbrengen voor elke test
  • Indien gebruikt met gel:
    • gel kruipt in de electrodes
    • er mag geen overbrugging met gel tussen de electrodes zijn
  • rubber van de peertjes kan broos worden, verduren
  • de peertjes komen makkelijk los
  • Niet te gebruiken voor inspanningsproeven
  • kabels komen makkelijk in de knoop
Kabel met snapaansluiting en plakelectrodes
ecg kabel snapelectrodes
  • Ideale geleiding door de geleidende gel in de electrodes
  • goedkope kabel
  • te gebruiken voor inspanningsproeven
  • Voor rust-ECG kunnen perifeer ook klemmen gebruikt worden
  • Electrodes zijn relatief duurder omdat ze na ieder gebruik vervangen worden
  • kabels komen makkelijk in de knoop
Vacuumelectrodes
vacuumelectrodes
  • Ongeëvenaard gebruiksgemak
  • fantastische geleiding
  • electrodes komen niet los
  • Ideaal voor inspanningsproeven
  • Goedkoop in gebruik: herbruikbare electrodes
  • Electrodenkabels kunnen per stuk vervangen worden indien nodig
Duur in aanschaf
Soms moeilijke keuze owv enorm groot gamma: gelukkig ontwikkelden we een keuzehulp voor vacuumelectrodes.
Tapuzband
  • Goedkoop in gebruik
  • Zeer snel aan te brengen
  • Duur in aanschaf
  • Electrodes zitten niet altijd juist bij erg magere of erg dikke mensen
  • Interne electrodenkabels kunnen beschadigd worden door overstretching van de band, volledige band te vervangen
  • Niet te gebruiken voor inspanningsproeven

De ECG electroden moeten correct worden aangebracht om een betrouwbaar beeld te verkrijgen.

Onderzoek heeft aangetoond dat de electrodes erg vaak verkeerd worden geplaats: bij wel 50% van de ECG's stonden V1 en V2 te hoog en in bijna 1 op 3 gevallen stonden 1 of meer precordiale electrodes te laag of lateraal niet op de juiste plaats. Een foutieve plaatsing van de ECG electrodes kan leiden tot een foutieve diagnose.

Bij een klassiek 12-kanalig ECG worden de electrodes als volgt geplaatst:

  • 6 precordiale electrodes: ECG electrode plaatsing
    • V1: vierde intercostaal ruimte rechts van het sternum
    • V2: vierde intercostaal ruimte links van het sternum
    • V3: halfweg V2 en V4
    • V4: vijfde intercostaal ruimte, midclaviculairlijn
    • V5: halfweg V4 en V6
    • V6: mid-axillair, op dezelfde hoogte als V4
  • 4 perifere electrodes
    • LA: linkerarm (vaak aan de pols, maar mag ook bovenaan de arm)
    • RA: rechterarm (vaak aan de pols, maar mag ook bovenaan de arm)
    • N: neutraal - kan in principe overal op het lichaam, maar typisch aan het rechterbeen (vaak aan de enkel, maar mag ook bovenaan het been)
    • F: voet - linkerbeen (vaak aan de enkel, maar mag ook bovenaan het been)

Naast de klassieke 12-kanaals afleidingen kan men ook een zogenaamd 15-kanaals ECG afnemen. Men kan beslissen tot deze plaatsing bij verdenking van een posterieur myocardiaal infarct.

De benaming "15-kanaals" is verwarrend omdat het niet om 15 afleidingen gaat, maar om 12 afleidingen waarvoor de ECG electrodes op een andere locatie op het lichaam worden geplaatst.

De plaatsing van de perifere en V1, V2 en V3 electrodes is dezelfde als voor het standaard 12-kanaals ECG, maar de V4, V5 en V6 electrodes worden vervangen door respectievelijk de zogenaamde V7, V8 en V9 electrodes. De plaatsing is op de rug op dezelfde hoogte als V4-V6 (V4: vijfde intercostaal ruimte midclaviculair):

  • V7 (vervangt V4): linker posterieure axillaire lijn
  • V8 (vervangt V5): punt van de linker scapula
  • V9 (vervangt V6): links paraspinaal

Soms kan men belissen tot een rechtszijdig 12-kanaals ECG, waarbij de electrodes gespiegeld worden geplaatst tov het klassieke 12-kanaals ECG, aan de rechterkant van de borstkas.

Rechtszijdig precordiale leads kunnen worden gebruikt om infarcten of andere ziektes van de rechterkamer of rechterboezem beter te bestuderen of bij dextrocardie, een zeldzame aangeboren aandoening waarbij het hart zich in de rechterkant van de borstwand bevindt ipv links.

De Frank afleidingen is een alternatieve manier om ECG electrodes te plaatsen. De Frank ECG plaatsing wordt gebruikt voor het maken van het vector electrocardiogram, een driedimensionele weergave van de cardiale vector tijdens de hartcyclus.

Deze vector kan ook worden ingeschat van de klassieke 12 kanalen en heeft de laatste jaren aan belang ingeboet. De Frank afleidingen worden dan ook niet vaak meer gebruikt.

De plaatsing bestaat uit de volgende 7 electrodes:

  • A: 5de intercostaal ruimte, midaxillair links
  • C: tussen A en E
  • H: thv de nek
  • E: thv sternum
  • I: 5de intercostaal ruimte, midaxillair rechts
  • M: op de wervelkolom in hetzelfde vlak als A, C en E
  • F: linker enkel

Bij amateur- en zeker bij professionele sporters wordt vaak een inspanningselectrocardiogram gemaakt om te kijken hoe het hart reageert op een intense activiteit. Ook patiënten met een hartaandoening of hoogrisicopatiënten kunnen gebaat zijn met dit onderzoek.

Deze test wordt typisch uitgevoerd op een fietsergometer of op een loopband. De intensiteit van de inspanning wordt geleidelijk aan opgevoerd tot een bepaald niveau, rekening houdend met het doel van de test en het profiel van de geteste persoon.

De test kan gepaard gaan met het uitvoeren van een ergospirometrie, waarbij de VO2 bepaald wordt.

Het inspannings-ECG wordt vaak gebruikt bij sporters om te screenen op hartaandoeningen die mogelijks kunnen leiden tot problemen tijdens de sportbeoefening.

Een electrocardiogram kan worden uitgevoerd met een van onze uitstekende ECG-toestellen.

français | english